http://maikagarnica.be/files/gimgs/th-35_Scan 4 web.jpg

STRTKit #2 Maika Garnica

In de tweede editie van STRTKit delen opnieuw vijf jonge kunstenaars (in feite vier en één kunstenaarsduo) een jaar lang een atelier onder de vleugels van Studio Start, AIR en Extra City. Die zorgen voor de praktische omkadering en voor een intensieve begeleiding via studiobezoeken, gesprekken met curators, een projectweek in het buitenland en een groepstentoonstelling aan het eind van het project. H ART stelt elk van de kunstenaars aan u voor. Op de dag van de vernissage van de groepstentoonstelling ‘Tradition does not graduate’ in KOMPLOT in Brussel, vertelt Maika Garnica over haar werk.

De tentoonstelling is de afsluiting van de Master of Research in Art & Design, het postgraduate programma dat Maika Garnica (°1992, Dendermonde) afgelopen jaar volgde aan het St. Lucas in Antwerpen. Het onderzoekende aspect ervan, het met anderen praten over je werk, het lezen en schrijven van essays over kunst … waren aspecten die ze verder wilde ontwikkelen na haar master in de beeldhouwkunst aan de academie. Al reflecterende tekenden zich binnen haar werk tot nu toe steeds duidelijker twee richtingen af: enerzijds de keramische geluidsobjecten en anderzijds de acties die ze doet binnen een bepaalde context.

Haar eerste geluidsobjecten maakte Garnica toen ze als Erasmusstudent in Genève was, een totaal nieuwe, voornamelijk Frans- en Engelstalige omgeving. “Op zo’n moment word je heel hard met de communicatie geconfronteerd, hoe je communiceert, wat je begrijpt en wat niet. Ik begreep veel dingen die gezegd werden niet en begon me te realiseren dat we constant alles willen begrijpen. Dat is iets heel menselijks. Maar ik weet niet of dat zo belangrijk is, altijd alles willen begrijpen. Als je dat kunt loslaten, is er ruimte voor iets anders.” De geluidsobjecten werden voor Garnica een manier om te communiceren.
Ze wilde altijd al iets met geluid doen, vertelt ze en maakte de objecten binnen het keramiekatelier in Genève, de enige plek waar ze zich echt op haar gemak voelde. Ingegeven door haar eigen ervaring als trompetist, ging een eerste reeks over het fysiek ervaren van geluid tijdens het bespelen van een muziekinstrument: “Ik dacht na over de simpelste vorm om te blazen en trillingen naar je buik te sturen. Of over een percussie-instrument dat je voelt aan je vingertoppen, als je ermee rammelt.” Dat resulteerde bijvoorbeeld in een keramieken hoorn waarvan het uiteinde op de buik rust, of een blaasinstrument om tegen de borst te houden.
Een laatste object dat ze ginds maakte kon met twee bespeeld worden en eenmaal terug in België begon ze nog meer mensen te betrekken. “Ik was op dat moment bezig met hoe we elkaar voortdurend beïnvloeden – onze omgeving beïnvloedt ons, maar andere mensen ook.” Zo ontstond een object waarop vier mensen kunnen blazen, terwijl een vijfde eronder staat en de trillingen ervaart. “Je ziet hoe de vier iets naar die ander sturen: heel letterlijk maak ik zichtbaar hoe we elkaar in een ruimte beïnvloeden.” Ondertussen doet ze onderzoek naar bestaande instrumenten: “Ik word vooral aangetrokken door instrumenten met klanken waarvan je bijna niet kunt vatten dat die eruit komen.” Ze bouwt ze na om uit te vinden hoe ze klank voortbrengen en voert ze daarna uit in keramiek: een waterphone bijvoorbeeld, of een handxylofoon.
Ook met haar techniek experimenteert ze: werkte ze eerst in één, witte klei, dan begon ze meerdere kleien te gebruiken bij instrumenten die door meerdere bespeeld konden worden. In de laatste reeks objecten uit meerdere kleien – nu te zien in KOMPLOT – schraapte ze bovendien de huid met een mesje weg. “Dat blijven zoeken naar nieuwe manieren waarop je hetzelfde materiaal kunt bewerken is belangrijk. Volgens mij is hoe je werkt met een materiaal helemaal gelinkt aan hoe je denkt over wat je aan het maken bent.” Door het wegschrapen worden de objecten niet alleen lichter, maar komt bovendien iets nieuws tevoorschijn wat voordien onzichtbaar was. “Alles bestaat eigenlijk al, we kunnen het allemaal zien, maar ik denk dat we ons er soms gewoon niet volledig van bewust zijn. Als kunstenaar kies je een element tussen al die dingen en maak je dat zichtbaar. Dat is voor mij werk maken.”

Op een totaal andere manier was zichtbaar maken ook wat Garnica deed in een actie – die andere richting binnen haar werk – op de site van het oude slachthuis in Antwerpen. Ze reageerde, net als twee studenten van in situ, op een open call van architectuurstudenten om er een werk te voorzien en deed, nadat ze over de plek en de veranderende functionaliteit ervan hoorde, een actie die gefilmd werd. In ‘Lifting - holding - letting go’ houdt ze boven de grond bengelend een koord vast dat over een steunbalk hangt en aan het uiteinde waarvan een blok gegoten gips haar in evenwicht houdt. Als ze niet meer kan, laat ze los en valt het blok op de grond kapot. Garnica visualiseert zo het fragiele evenwicht van een moment waarop alles juist zit. “Het moment dat je volledig in balans bent met wat je wilt zeggen en hoe je over dingen denkt. Het is er en nadien moet je het loslaten.” Maar ook het balanceren binnen een groep hield haar bezig: “Als je samen iets doet, moet je constant een evenwicht zoeken tussen elkaars gedachten en elkaar niet per se volledig begrijpen maar ruimte laten voor elkaar. Dat heb ik in beeld proberen brengen.”
Die ruimte voor elkaar, voor een gesprek met een ander, creëerde Garnica ook in een billboardproject aan het De Coninckplein in Antwerpen, een moeilijke plek in de stad waar kunst niet evident is. In plaats van een beeld te plaatsen binnen een billboard, maakte ze een klaptafel die eruit neer kon klappen. Zo ontstond een plek waar mensen konden samenkomen om met elkaar een babbel te doen.
In het najaar maakt ze met vier vriendinnen een reis naar Iran en wil ze daar opnieuw ruimte scheppen. Met de linten van een soort meiboom die in het midden door iemand vastgehouden zal worden, wil ze telkens op andere plekken een lintentent creëren. “Wij houden die aan de uiteinden vast, vormen zo de pilaren aan de buitenkant en creëren een tijdelijke ruimte.” Met de actie denkt Garnica na over ruimte, hoe die zich constant kan verplaatsen: “En ook hoe ik mensen samen ook zie als een ruimte.” Ze wil de actie vastleggen via meerdere beelden: “De persoon die in het midden staat kan bijvoorbeeld filmen met een Iphone op een selfiestick. Dat is ook puur praktisch, want zo’n stick is heel licht. Dat vind ik fijn, heel praktisch gericht werken: je moet de dingen niet moeilijker maken dan ze zijn.”

Tekst Anne-Marie POELS
H ART magazine #158